|
Afgelopen zondag was ik in Vinkeveen. Vanuit Amstelveen op mijn nieuwe blauwe fietsje de polder door. Een pakje wickie, een gevulde krentenkoek en een flesje durex play in mijn roze rugtasje. Je weet immers maar nooit in een polder met zandbanken, woekerend gras en liters Russische Wickie binnen handbereik. Het zonnetje scheen volop en ik meldde me even rond twee uur aan de waterkant van het Vinkeveense 'eiland 1'. Het geluid uit de keel van de plaatselijke dorpsomroeper schalde me tegemoet en ging van ‘waar zijn die handjes’, ‘lang leve de lol’ en ‘ik hou van jouw blijf me trouw, waar zit je nou’. Hollands folkloristisch gejengel dus met Peter Beense-achtig publiek. Das nog een slag erger als Wolter Kroes en Fransie Bauer bij elkaar.
SMFC Lid E. had mij overgehaald een middagje te komen pronken aan de oevers van de Vinkeveense plassen. Het was namelijk Rap en Ruig. Rap en ruig is als een kraaiende kleuter door het water op een eigengemaakt vlot en dan heel snel van A naar B. Ik hoor u al zuchten. Een parkeerterrein vol AM-groep busjes, een eiland vol schreeuwende kinderen en dikke witte vrouwen en één verloren frietkraampje met drie puistende en etterende pubers erin. Leve de zondag zonder voetbal.
Rap en ruig deed mij weer hunkeren. Hunkeren naar de bal op een bijveld ergens in een troosteloze buitenwijk van Utrecht-Oost. Alles beter dan staren naar de witte rug van een aangespoelde bultrugwalvis die schaamteloos een halve kwarktaart naar binnen zit te proppen onder een parasol met een diameter van 3 meter. En dan nog met verbrande schouders in de zon zitten. Je kan er ook niet naar kijken, maar dat kan niet. Je moet kijken, want je kan er niet omheen kijken. Als een zonsverduistering bij heldere hemel. Mijn gedachten dwaalden af naar komend seizoen. Zou DHSC een beetje knappe toiletten hebben?
Ik ben niet het type wat een hele dag op zo’n veldje kan zitten. Water voor je neus, jankende kinderen om je heen, gras in je reet, weinig schaduw en niks te doen. Het geluk was nog dat er een mooie klassieke frietkraam stond. U weet wel, zo eentje op wielen met een klein tinnen schoorsteentje op het dak en een walm van rottend frituurvet eromheen. Zo een kraam waar als op je blote voeten komt, je binnen tien minuten de frietjes tussen je tenen vandaan staat te plukken. Eens even kijken wat de menukaart ons te bieden had. ‘Doet u mij maar een glaasje frituurvet. In welk jaar is deze gebotteld?’ Met zijn lodderige oogjes stond de puber ons aan te gapen, waarschijnlijk met die zelfde schitterende verbazing op het gezicht als toen hij eindelijk voor de eerste keer uit het onderbroekje van zijn buurmeisje mocht snoepen. ‘Patat graag. Een bergje alstublieft. En doe daar maar wat frituur van de plaatselijk veestapel bij.’ Weer een verdwaasde blik. ‘Frikadellen. Een stuk of tien en ach, doe er nog maar drie voor in een zakje. Lekker voor op de terugweg uit het vuistje’. Zakjes had hij niet. ‘Hoe neem ik ze dan mee op mijn blauwe fietsje de polder in?’, vroeg ik hem. Ik kreeg ze in folie. Das lekker. Dan druipt het binnen vijf minuten zo op je poten. Wat een armoede in brandend Vinkeveen aan de enige frietkraam in de wijde omtrek. Geef mij maar een zondag met SO Soest uit, daar hebben ze tenminste in een knus winters huisje naast veld 1 dikke vette braadworsten, verstopt in een krokant geroosterd broodje met, als het meezit, een paar plakjes groene garni: de augurk.
Het was me de zondag wel in Vinkeveen. Komende zondag volgt nog zo’n dag die je wel om kan kijken. Niet in negatieve zin dit keer, maar gewoon omdat je niet kan wachten tot het avond wordt. Een historische dag en die willen we allemaal meemaken. Een WK finale met al zijn charmes doet de mensen samen komen en alcoholisten blij maken. Volgepakte cafés met stinkende en zwetende mensen, kokette dames in Bavariapakjes en overal op straat zie je lieden die normaal een bloedhekel aan voetbal hebben, maar nu voorop in de polonaise lopen met een plastic klomp op het hoofd en een bos wortelen om de nek. Het is net Koninginnedag en alle alcoholisten in dop hebben weer een argument gevonden om gerechtvaardigd dronken te worden. ‘Ach, het is toch feest, dit maak je nooit meer mee!’. U kent de verhalen wel: ‘De schoonzuster van die geadopteerde Keniaan van de overbuurman was jarig. Ja, dat moet je vieren he! Nee hoor die schaafwond op mijn hoofd had ik al!’ Een beetje creatieve alcoholist vind zodoende moeiteloos drie tot vier momenten in de week waarbij hij voor eigen zeggen op rechtvaardige wijze een paar pakken rode wijn met schenktuutje van de LidL mag leegslobberen . De WK finale van komende zondag zal met uitroepteken in de agenda staan bij deze niet langer anonieme alcoholisten, we kennen ze immers allemaal. Hopelijk kunnen ze deze historische dag over 30 jaar nog herinneren als de zoveelste buitenechtelijke kleinzoon op opa's knie zit en vraagt nog eens te vertellen over de WK finale van 2010. 'Toen was opa erg dronken jongen'. Zonde.
Maar we wijken af. De zondag zonder voetbal op de velden, in weer en wind, in Amstelveen of elders in de provincie, je mist het toch en van mij mag het weer gaan beginnen. Zelfs de grijze kop en het slappe geleuter aan de bar van Pieter Water ga je missen, het gezeik van de Oude Garde achter de goal ga je missen, het verzamelen in Abina ga je missen en zelfs het gebrom van Ome Toon ga je missen. Nog een paar weekjes en dan gaan we weer. Tot die tijd vermaak en gedraag je nog even op de lokale strandjes, bij klagende schoonouders, bij de Ikea of zoals SMFC’er Bolle, op de bank met zijn poot van enkel tot lies in het gips!
Redactie SMFC |